Loslaten

150 150 Leef Emmeloord
  • 0

Ze zit tegenover me en kijkt me vragend aan. Of misschien niet vragend, maar meer wanhopig. Ze weet het niet meer. Ze heeft al zoveel geprobeerd, zich zoveel voorgenomen, zoveel adviezen opgevolgd, zoveel raad ingewonnen en nu is ze het perspectief kwijt. En haar ogen stralen hopeloosheid uit. Bijna leeg, maar tegelijk ergens ook bijna krachtig. Alsof ze mij bijna dwingt met een goede oplossing te komen.

Ergens van binnen weet ze het wel. Ze heeft het, ook hier, al zo vaak gezegd: “Ik moet het gewoon meer loslaten, maar ik zou niet weten hoe” zucht ze. Ze heeft een jong gezin waar ze verantwoordelijk voor is. Eten moet gekookt, huis op orde, huiswerk gemaakt, kinderen een beetje opgevoed, naar de ouderavond, naar de kerk. En daarbij heeft ze ook nog een groot hart. Een groot hart voor haar omgeving waar ze graag voor klaar staat. Dat hart kan ze niet zomaar loslaten. Net zomin als haar gezin. Makkelijk gezegd maar in de praktijk natuurlijk niet te doen.

Ik voel met haar mee. Als ze me zo aankijkt dan roert zich iets in me. Iets van onrust. Iets van compassie. Iets van actie. Ik wil haar helpen. Ik wil haar de gouden tip geven. Ik wil haar onrust wegnemen, haar weer hoop en perspectief geven. Haar vertellen wat ze moet doen.

Maar ik weet het niet.

En eerlijk gezegd vind ik het knap lastig om dit los te laten. Want ik wil haar helemaal niet aan haar lot overlaten, ik wil niet weglopen, ik wil haar niet in de steek laten. En ik hoor de stemmen in mijn hoofd die me vertellen dat ik wat moet doen. Ik ben immers haar coach en therapeut. Hiervoor komt ze bij mij. Ik voel het appél in mijn hele lijf. En ik zie dat weerspiegeld in haar vragende, hopeloze blik.

Het verhaal van zondag komt naar boven. Over Abraham. Een oude man die zijn zoon los moest laten. Op een verschrikkelijke manier. Ik vraag me af hoe hij dat deed. Welke gevechten die man in zijn hoofd heeft geleverd. Mijn gedachten gaan verder over diezelfde man. Een paar hoofdstukken eerder was er nog helemaal geen sprake van een zoon. En ook toen was er een duidelijk en bovennatuurlijk signaal dat deze man zich helemaal niet druk hoefde te maken. Maar hij maakte zich toen wel druk. En hij pakte zijn verantwoordelijkheid. Hij deed wat hij moest doen. Zoals hij dat misschien altijd had gedaan. Hij was immers een succesvol man. En hij zorgde ervoor dat hij een zoon kreeg, zoals beloofd. Maar misschien niet helemaal zoals bedoeld.

Ook dat hoofdstuk heeft een verschrikkelijke kant. Een kant waarin een zwerfster veel te verduren krijgt. Zoveel dat ze uiteindelijk niet meer weet waar ze het zoeken moet. En dus loopt ze weg. En op dat moment komt er een God die diezelfde zwerfster duidelijk maakt dat Hij met haar begaan is. Dat Hij haar heeft gezien. En dat Hij haar en haar zoon zegent. Op dat moment lijkt de tekst iets van ruimte te ademen. Alsof deze zwerfster weer ruimte en perspectief voelt. Een last heeft los kunnen laten. En tegelijk krijgt ze de opdracht om terug te gaan. Terug te gaan naar die moeilijke plek. Die plek waar haar verantwoordelijkheid blijkbaar ligt.

Loslaten. Verantwoordelijkheid nemen. ’t Is snel gezegd, maar ik vind het knap lastig. En blijkbaar ben ik niet de enige.

Rogier Dijkstra

Herkenbaar? Klik hier voor onze workshop Loslaten… Hoe dan?